panda schept, panda harkt, panda zaait, panda speelt,
panda zwemt, panda fietst, panda stept, panda knuffelt, panda op strand,
panda zingt, panda drumt.
|
Hallo,
ik ben panda,

ik wil
graag de wijde wereld ontdekken.
|
Bron:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Reuzenpanda
De reuzenpanda of bamboebeer (Ailuropoda melanoleuca) is een beer die
wordt ondergebracht in de onderfamilie
der Ailuropodinae, waarvan hij de enige levende vertegenwoordiger is.
Er bestaan twee ondersoorten,
Ailuropoda melanoleuca melanoleuca en Ailuropoda melanoleuca qinlingensis.
Naamgeving en taxonomie
De Chinezen noemen het dier ??? (da xiong mao), oftewel grote katbeer.
De ogen van het dier lijken namelijk op die van een kat. Dit ter onderscheiding
van de kleine panda
(xiao xiong mao, kleine katbeer). Er is lang onzekerheid geweest over
de plaats van de panda ten opzichte
van andere soorten, maar recent genetisch onderzoek plaatst hem toch
in de familie van de beren, ursidae,
zij het dat de laatste gemeenschappelijke voorouder wel de oudste van
alle beren is. De naaste verwant lijkt
de Zuid-Amerikaanse brilbeer te zijn.
Biotoop en uiterlijk
Zijn leefgebied is in de hooggelegen hellingen van berggebieden in het
westen van China,
zoals in Sichuan en Yunnan. De reuzenpanda is zwart/wit gekleurd (A.
m. qinlingensis is echter bruin).
De zwarte plekken bevinden zich op vaste plaatsen als de ogen, poten
en schouders. Het gewicht varieert van 80 kg
voor de vrouwtjes tot 100 kg voor de mannelijke exemplaren. Pasgeboren
jongen wegens slechts 85-150 gram.
Voeding en leefgewoonten
Een panda die bamboe aan het eten isOndanks dat de reuzenpanda taxonomisch
gezien tot de carnivoren behoort,
is de Panda hoofdzakelijk een planteneter. Hij eet voornamelijk bamboe.
Omdat de reuzenpanda een carnivoor
spijsverteringsstelsel heeft, is het moeilijk voor de reuzenpanda om
de plantaardige cellen af te breken,
waardoor de reuzenpanda 9 tot 14 kg aan bamboe moet eten, om zo aan
zijn energiebehoefte te voldoen.
Hij doet daar ongeveer 10 tot 12 uur per dag over. Hij heeft een zesde
vinger (eigenlijk een soort uitloper
van het polsgewricht) waarmee hij de bamboescheuten goed kan pakken.
Reuzenpanda's leven het grootste deel van het jaar alleen. In de paartijd
zoeken ze elkaar op. Het vrouwtje
heeft een draagtijd van vijf maanden. Er is meestal maar één
jong. Ze zoogt haar jong een halfjaar en blijft
bij hem tot hij drie jaar oud is. De panda brengt het grootste gedeelte
van zijn tijd op de grond door.
Als hij bedreigd wordt klimt hij in een boom, waar hij wacht tot het
gevaar voorbij is.
Karakter en leeftijd
Reuzenpanda's hebben met hun stompe kop met de door de zwarte vlekken
groter lijkende ogen en hun zwartwitte vacht
een uiterlijk dat sterk aan menselijke emoties appelleert: het dier
ziet er schattig uit. Panda's zijn echter beslist
niet ongevaarlijk en hebben wel eens mensen aangevallen, al is dit vaak
uit irritatie. Panda's communiceren onderling
door geluidssignalen, die eerder op het blaten van schapen dan op het
brullen van andere berensoorten lijken.
Wanneer een reuzenpanda opgewonden is, kan deze een blaffend geluid
voortbrengen. De gemiddelde leeftijd die
in het wild bereikt wordt is zo'n 15 jaar. In gevangenschap in dierentuinen
kunnen leeftijden tot dertig jaar bereikt worden.
Geschiedenis
De panda werd in het westen voor het eerst bekend in 1869 door de Franse
missionaris Armand David (1826-1900).
Hij noemde het dier Ursus melanoleucus ('zwartwitte beer'). Chinese
schrijvers vermeldden het dier reeds drieduizend
jaar geleden. Uit fossiele vondsten blijkt dat de panda in het Pleistoceen
over een groter gebied voorkwam dan tegenwoordig.
Status
Fok- en onderzoekscentrum in ChengduDe reuzenpanda is bedreigd door
het verloren gaan van zijn habitat en de beperktheid
van zijn dieet, waardoor hij eigenlijk niet op ander voedsel kan omschakelen
en ook het houden van de soort in dierentuinen
moeilijk is. Door hun opvallende tekening en de vorm van hun gelaat
appelleren panda's sterk aan menselijke emoties,
reden waarom ze door het Wereld Natuur Fonds tot mascotte en symbool
zijn uitverkoren. Er zijn in China beschermende
maatregelen genomen en in dierentuinen over de gehele wereld worden
pogingen gedaan reuzenpanda's te fokken.
Ze planten zich echter zowel in het wild als in dierentuinen maar zeer
langzaam voort. Er wordt geschat dat er nog circa
1600 panda's in het wild bestaan. In 2005 werd in de dierentuin van
Washington een reuzenpanda geboren. De moeder was
kunstmatig bevrucht. De jonge panda zal na één of twee
jaar naar een reservaat in China worden gebracht.
In Chengdu is een onderzoeks- en fokcentrum voor reuzenpanda's en rode
panda's.
Dierentuinen
Buiten China zelf is de reuzenpanda een zeldzaamheid in dierentuinen.
De dieren die buiten China leven blijven in
bezit van de overheid. In Europa leven vier reuzenpanda's: Bao-Bao in
Zoo Berlin en een paar in Tiergarten Schönbrunn
in Wenen, waar in 2007 pandababy Fu Long is geboren van ouders Yang
Yang en Long Huir. In de Verenigde Staten leven er
reuzenpanda's in onder andere Smithsonian National Zoological Park in
Washington D.C. en de San Diego Zoo. Alle dieren
in gevangenschap maken deel uit van één internationaal
gecoördineerd fokprogramma. Er zijn in het afgelopen jaar
reuzenpanda's geboren in Tiergarten Schönbrunn, San Diego zoo en
in de dierentuin van Atlanta.
Kleine panda
Uit
Wikipedia,
de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kleine panda
IUCN-status: Bedreigd[1]
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Ailuridae (Kleine panda's)
Geslacht: Ailurus
Cuvier, 1825
Soort
Ailurus fulgens
Cuvier, 1825
De kleine panda of rode panda (Ailurus fulgens) is een bedreigde diersoort
die in Azië leeft.
Net zoals de reuzenpanda eet hij bamboe. De rode panda wordt ook wel
katbeer genoemd.
Deze benaming doet vermoeden dat de kleine panda een beer is, maar eigenlijk
is dit niet zo,
in tegenstelling tot de reuzenpanda. Hij behoort tot de familie katberen
(Ailuridae) en is meer verwant
aan wasberen dan aan beren. Het is tevens de enige nog levende soort.
Er bestaan twee ondersoorten,
Ailurus fulgens fulgens en Ailurus fulgens styani.
In december 1978 ontsnapte een rode panda uit de Blijdorp dierentuin
in Rotterdam. Korte tijd later
werd het dier dood gevonden langs de nabije rails ([2]).
In andere talen
Cat bear (kat beer)
Red bear (rode beer)
Fire fox (vuur vos)
Fire colored cat (vuurkleurige kat)
Lesser panda (kleinere panda)
Small panda (kleine panda)
Shining cat (lichtgevende kat)
Xiao Xiong Mao (kleine beer-kat)
Bron: www.artis.nl/webuil
Symbool van het Wereld Natuurfonds
Iedereen kent de panda, de zwart-witte beer uit de bossen van Oost
Tibet en Zuidwest China.
Hij wordt ook wel reuzenpanda genoemd. De poten, de kleine ronde oren,
en de vacht om de ogen zijn zwart.
Er loopt een brede zwarte band over de schouders van voorpoot naar voorpoot.
Verder is hij wit, of beter gezegd geelwit.
Omdat hij er zo leuk en zo bijzonder uitziet, is hij populair bij mensen.
De reuzenpanda is beroemd geworden
als het symbool van het Wereld Natuurfonds, het fonds dat zich wereldwijd
inzet voor bedreigde diersoorten.
De panda hoort bij de grote groep van de beren. Hij kan wel anderhalve
meter lang worden en 125 kilo wegen.
De reuzenpanda is bekend van het Wereld natuurfond
Op steile berghellingen
Reuzenpanda's zijn schuwe, maar ook zeldzame dieren. Dat maakt het moeilijk
om ze in het wild te bestuderen.
Bovendien leven ze maar in een klein gebied, een postzegel groot op
de landkaart. Daar komt nog bij dat ze vooral
de dichtbegroeide bossen bewonen, hoog op de steile berghellingen. En
soms leven ze nog hoger, waar de bergen rotsachtig
zijn met gevaarlijke rotsspleten en ravijnen. Er ligt vaak sneeuw en
het is er mistig. De panda werd daarom ook pas laat
ontdekt door onderzoekers. Het was de Fransman Peter David die in het
jaar 1869 in Europa bekend maakte dat de panda bestond.
De Chinezen wisten het natuurlijk al eerder.De reuzenpanda eet vooral
bamboe.
Zwerftochten door de nacht
De reuzenpanda heeft een dikke vacht om zo hoog in de koude bergen warm
te blijven. Zelfs onder zijn voetzolen
groeien haren. Meestal zwerft hij helemaal alleen door zijn territorium.
Met urine en uitwerpselen geeft hij aan
waar de grenzen zijn. Hij is een nachtdier. De meeste beren zijn alleseters;
ze eten ook vlees. Maar de panda houdt
het bij plantenkost. 's Nachts trekt hij er op uit, op zoek naar bamboestruiken.
Want bamboe is zijn lievelingskost.
Overdag rust hij op een matras van bladeren in rotsen of in bomen. Een
panda kan goed klimmen. Veel vijanden heeft hij
niet in die woeste en verlaten omgeving. Maar als hij toch wordt bedreigd,
verdedigt hij zich met de sterke kaken en klauwen.
Panda's zitten vaak rechtop als ze eten. Eten eten en nog eens eten
Omdat de panda verzot is op bamboe, wordt hij ook wel eens bamboebeer
genoemd. Hij eet het liefst de jonge bamboescheuten;
de oude harde stengels laat hij staan. Toch zijn ook de scheuten vaak
hard, vezelig en wel een vinger dik. Er zitten weinig
voedingsstoffen in. Daarom eet de reuzenpanda verschrikkelijk veel.
Hij is wel twaalf uur bezig zijn kostje te vergaren.
Als hij eet zit hij meestal rechtop -net als een mens- met de poten
wijd uiteen naar voren gestrekt en de rug tegen een boom.
Hij klemt de bamboe waarvan hij eet stevig tussen zijn voorpoten. De
voorpoten hebben zelfs een huidkussentje.
Met die 'zesde vinger' kan hij zijn voedsel beter vastpakken.
Sterke spieren, brede kiezen
De panda is helemaal ingesteld op het eten van taaie bamboe. Hij heeft
van alle beren verreweg de breedste kop.
Want aan de schedel zitten richels waar de sterke kaakspieren aan vast
zitten. Die heeft hij nodig om de vezelige
bamboe goed te kauwen. De kiezen van de panda zijn groter en breder
dan die van andere beren. Daarmee kan hij de stengels
nog beter vermalen. Ook al heeft hij het voedsel nog zo goed doorgekauwd,
er blijven altijd harde splinters achter.
Die slikt hij zonder er last van te hebben gewoon door.
Zelden in dierentuinen
Alleen in de paartijd komen een mannetje en vrouwtje samen. Na vier
maanden worden meestal één of twee hulpeloze
jongen geboren in een hol. Het jong drinkt melk bij de moeder. Panda's
worden zelden in een dierentuin gehouden.
Het is niet gemakkelijk om aan een panda te komen, en bovendien is het
moeilijk om ze te geven wat ze nodig hebben.
Alleen de chinese dierentuinen in Peking en Sjanghai hebben regelmatig
een paartje in hun bezit. In de dierentuin
eten de panda's ook wel iets anders dan bamboe. Vruchten, rijstepap
en zelfs gekookte stukjes vlees gaan er in.
De kleine panda
Het neefje van de reuzenpanda is gemakkelijker te houden. Het is de
kleine panda uit het Himalayagebergte.
Hij is veel kleiner dan de reuzenpanda en hij is roestbruin van kleur
Hij heeft een dikke, behaarde staart,
terwijl de reuzenpanda een klein kort staartje heeft. Kleine panda's
kunnen uitstekend klimmen. In Artis liggen
ze overdag meestal te slapen in de boom. Met de scherpe nagels klimmen
ze moeiteloos over de boomstam naar boven
en naar beneden. De kleine panda heeft meer op de menukaart staan dan
alleen bamboe. Hij eet gras, vruchten, insecten
en af en toe een vogel of kleine knaagdieren.
Bron: www.spreekbeurt.freddoweb.nl
deze spreekbeurt werd gemaakt door Marjam.
De panda
Hoe ziet een reuze panda eruit ?
De romp en delen van zijn kop zijn wit. Hij heeft zwarte poten, zwarte
schouders, zwarte oren en een zwarte snuitpunt. Rond zijn ogen heeft
hij ook zwarte plekken. Daarvoor lijken zijn ogen veel groter dan dat
ze in werkelijkheid zijn. Een volwassen pandais 1.50 tot 1.75 meter
lang. De hoogte van de schouders is ongeveer 60 tot 70 centimeter. Hij
heeft een onopvallend klein staartje van ongeveer 1 5 centimeter.Een
volwassen panda kan zo 90 tot 120 kilo, maar in dierentuinen worden
ze soms nog zwaarder. Het record is 180 kilo !
Hoe oud pandas in de vrije natuur worden is niet bekend. In dierentuinen
zijn ze tot nu toe ongeveer 25 jaar oud geworden.
De kleine panda.
De kleine panda is met staart bijna 1 meter lang. Hij is prachtig roodbruin
van kleur.De kleine panda leeft in de buurt van de Himalaya-gebergte.
Ook in het woon gebied van de reuze panda komt hij voor. Het is niet
helemaal zeker of de reuze en kleine panda familie zijn.
De voortplanting.
De panda leeft meestal in zijn ééntje. Alleen in de paartijd
zoeken mannetjes en vrouwtjes elkaar op. Dat is in april en maart. De
pandas worden dan onrustig en laten hun stemgeluid horen. Het
klinkt als geblaat. Dit geblaat heeft een duidelijk doel : De plantengroei
is soms zo dicht dat ze elkaar niet eens kunnen zien. Door hun roep
weten ze elkaar dan toch te vinden. Wanneer het mannetje en vrouwtje
elkaar aardig vinden, blijven ze bij elkaar in de buurt. Het mannetje
jaagt
andere mannetjes die in de buurt komen weg. Een vrouwtjes panda is maar
gedurende enkele dagen vruchtbaar. Alleen dan vindt ze het goed dat
het mannetje met haar paart. En alleen dan kan ze in verwachting raken.
Daarna gaan het mannetje en vrouwtje weer een eigen weg.
De geboorte.
In het algemeen wordt er één jong geboren. Dat gebeurt
tegen het begin van de herfst,meestal in september. De draagtijd duurt
tussen de 4 en 5 maanden. Als die tijd ongeveer verstrekken is, zoekt
het pandavrouwtje een oude holle boom op. Daarin brengt ze haar jong
ter wereld. Bij een geboorte is een panda maar 15 tot 17 centimeter
lang. Hij weegt maar 90 tot 120 gram. Je houdt hem gemakkelijk op één
hand. Vergeleken met een volwassen panda is hij dus erg klein. Zijn
moeder is ongeveer duizend keer groter en zwaarder als hij. Een jonge
panda groeit heel snel. Naar 1 jaar is hij gegroeid van ongeve er 100
gram tot ruim 25 kilo!!!!! Als hij geboren wordt heeft hij een dunne
witte vacht, Die naar een paar weken veranderd in echte panda kleuren.Een
pas geboren panda is blind en kan nog niet lopen of kruipen. Wanneer
het jong ruim een half jaar oud is, gaat het voor zichzelf
zorgen. Het heeft zijn moeder dan niet meer nodig. Op 5 of 6 jarige
leeftijd is de panda volwassen. Dat wil zeggen dat ze zichzelf kunnen
voortplanten.De vrouwtjes dieren kunnen dan zelf jongen krijgen.
Woongebied!
De panda komt in het wild alleen maar voor in China. Hij wordt word
daar aangetroffen in drie provincies:Sichuan, Gansu en Shanxi. Die provincies
liggen ongeveer in het midden van het land. De panda bewoont in dat
gebied de bamboebossen. Dat is begrijpelijk,want bamboeplanten vormen
zijn voornaamste voedsel. Het totale woongebied van de panda is zo ongeveer
30000m² kilometer. Dat is dat is ongeveer drie kwart van Nederland.In
dit kunnen mensen zich moeilijk voortbewegen. De plantengroei is er
vaak heel erg dicht. Bamboe vormt haast ondoordringbare bossen.
Bamboe.
Bamboe is het voornaamste voedsel van de panda. Bamboe kunnen vele meters
hoog worden. Ze zijn heel stevig en breken niet zo snel. De bladeren
en scheuten ( nieuwe zijtakjes ) zijn zachter. De panda eet vooral de
bladeren en de scheuten en soms ook de stengels. De panda eet op een
aparte manier. De meeste dieren gaan met hun mond naar het voedsel dat
ze willen eten. De panda plukt de bladeren met zijn poten. Daarna brengt
hij het met zijn poten naar zijn mond toe.
De jacht .
Het bleef behoorlijk rustig in het woongebied van de panda. Soms werd
er een onderzoekingstocht gehouden om de dieren en planten in de buurt
te onderzoeken. De leden zulke expeditie kochten ook wel panda huiden
van de jagers. Op die manier kwamen er geleidelijk enkele huiden van
pandas in museums in Europa en Noord-Holland. Zo konden de mensen
in die werelddelen kennis maken met de panda. Tussen 1928 en 1938 werden
enkele expeditie naar China uitgerust om een panda te schieten. Heel
bekend werden de broertjes Roosevelt. Zij gingen in 1928 naar China.
Er was toen nog nooit een panda dood geschoten door een Europeaan. Maar
deze mannen lukten het als eerst.
De ontdekking van de panda.
Tegenwoordig kennen we de panda allemaal. Maar tot 1869 wist zelfs niemand
buiten China dat de panda bestond. In dat jaar werd de panda ontdekt
door Armand David. Dat was Franse man, die van 1862 tot 1874 voor een
kerk in China werkte. De planten en dieren in China waren in die tijd
onbekend in Europa. Maar dat veranderde door pater David. Uit liefhebberij
deed hij een onderzoek in de natuur. Hij plukte bijv. allemaal soorten
planten die hij tegen kwam. Verder kocht hij dode dieren van jagers
en schoot zelf ook. Op die manier wist hij veel planten en dieren te
verzamelen. Die stuurde die op naar de wetenschap in Parijs. Die konden
ze dan bestuderen. Op maart 1869 kwam de pater in het bezit van een
pandahuid. Hij schreef daarom een brief naar de wetenschap in Parijs.
Daarin stelde hij hun van zijn ontdekking op de hoogte. Tijdens zijn
verblijf in China wist pater David nog enkele pandahuiden te bemachtigen.
Ook die stuurde hij op naar de wetenschap in Parijs.
Geschenk van China.
Na 1972 heeft China aan enkele westerse landen een mannetjes en
een vrouwtjes panda cadeau gedaan. China schonk Pandas aan
dierentuinen in: Washington, Tokio, Londen, Mexico-city, Madrid en West-Berlijn.
Enkele van deze dieren zijn al overleden. Maar er zijn ook jonge pandas
geboren.
De eersten levende panda werd op 9 november 1936 gevangen door een Amerikaanse
mevrouw Ruth Harkness. Het was een jong dier dat ze kon pakken door
haar moeder te verjagen. Ruth wist het diertje veilig en wel naar Amerika
over te brengen. Su-lin zo noemde zij het diertje, kreeg onderdak in
de dierentuin van Chigago. Deze dierentuin kreeg er later nog twee pand
as bij. Ook kwamen er in andere dierentuinen in Amerika pandas.
In Europa kreeg Londen ook een paar pandas.
Bron: www.dierenjungle.nl
De reuzenpanda of bamboebeer is erg bekend door de media. Toch zijn
er nog veel raadsels omtrent zijn leven in de vrije natuur. Om te zorgen
dat hij overleeft, zullen we meer over zijn leefwijze te weten moeten
komen.
De bamboebeer is tegenwoordig met enkele verspreid levende populaties
in de bergwouden van Centraal China één van de zeldzaamste
zoogdieren ter wereld. De situatie wordt nog niet als acuut levensbedreigend
gezien; meerdere pogingen worden ondernomen om de overlevingskansen
te vergroten.
Leefwijze
De bamboebeer, die ongeveer het postuur van een bruine beer heeft, lijkt
anatomisch gezien eerder op een wasbeer. Daarom zijn de wetenschappers
er tot nu toe nog niet uit in welke diergroep de panda's thuishoren.
Hoewel de panda het gebit van een vleeseter heeft, lijken zijn dagen
als vleesetend roofdier iets uit een ver verleden en is hij volledig
vegetarisch geworden. In de bergen van Centraal China, waar de panda
zich thuis voelt, voedt hij zich bijna uitsluitend met de bladeren en
jonge stengels van bamboe. Bamboe is een hoge grassoort die moeilijk
te vermalen is door het gebit. Hiertoe zijn de oorspronkelijke knipkiezen,
die het
dier als vleeseter nodig had, veranderd in vlakke, brede kiezen waarmee
de panda's de harde plantenvezels tot een brei kunnen vermalen. De panda
hoeft niet ver te lopen voor zijn voedsel, want overal in de vochtig-koele
bergwouden groeit bamboe. Als solitair, en teruggetrokken levend dier
is de panda het meest actief in de ochtend en de avondschemering. De
panda is soms nauwelijks te onderscheiden in de donkere halfschaduwen
van het woud. Onderzoekers moeten bij hun observatie soms wekenlang
wachten voordat ze één dier te zien krijgen.
Sterk dalende populaties
Wie de Chinese literatuur erop naslaat, vindt bewijzen dat er in de
wouden van Zuid en Centraal China sinds 500 jaar reuzenpanda's gevonden
worden. Tegenwoordig zijn er alleen nog panda's in Sichuan en in de
aangrenzende provincies ten zuiden van het Quiling-gebergte. Hoewel
niemand het aantal dieren exact kan tellen, gaat men uit van een in
het wild levende populatie van ongeveer 500 tot 1000 dieren.
De belangrijkste oorzaak voor het dalende aantal panda's is de vernietiging
van zijn biotoop. Overal in het zuiden en oosten van China worden bossen
gerooid ten behoeve van bewoning of bouwland, waardoor de panda naar
de meest onherbergzame gebieden wordt teruggedrongen. In die gebieden
is hij wel het veiligst omdat er niet gejaagd wordt en die regio's vaak
tot beschermd natuurgebied worden uitgeroepen.
Het grootste probleem voor de panda's is tegenwoordig hun isolement.
De 13 bergreservaten liggen van elkaar gescheiden door gras- en akkerland.
Dat betekent dat vermenging van de beren door paring uit verschillende
reservaten niet mogelijk is. Aangezien elke aparte populatie maar uit
een stuk of tien exemplaren bestaat, ontstaat er steeds meer inteelt.
Reuzenpanda's hebben toch al moeilijkheden bij de voortplanting, gezien
het kleine aantal jongen dat geboren wordt. Elk vrouwtje voedt maar
één jong op; als ze een tweeling krijgt, concentreert
ze zich maar op één jong, en laat het andere verhongeren.
Panda's in gevangenschap
Niet alleen in het wild, maar ook in gevangenschap lijden de panda's
onder eenzaamheid. Sinds het dier in 1869 voor het eerst door een westerse
natuuronderzoeker beschreven werd, heeft de wereld de panda in haar
armen gesloten omdat hij er nu eenmaal uitziet als een groot knuffelbeest.
Panda's werden als een soort speelgoed cadeau gedaan, in eerste instantie
vooral aan diplomaten en staatshoofden die China bezochten. Nadat de
dieren per vliegtuig werden vervoerd, brachten ze de rest van hun leven
letterlijk in de eenzaamheid van een dierentuin door. Waarschijnlijk
leven er zo'n 100 panda's in dierentuinen.
Aangezien het bezit van een panda in een dierentuin een zeker prestige
geeft, willen de verschillende landen de dieren liever niet opgeven.
Dat betekent dat de panda's die buiten China leven allemaal als paren
of in hun eentje gedoemd zijn te leven. Geen wonder dat de voortplanting
zo weinig succesvol is. Veel panda's in gevangenschap krijgen psychische
problemen die hun de lust tot paren ontneemt, zelfs als ze er de gelegenheid
toe krijgen. Een pandavrouwtje uit de Londense Zoo was bijvoorbeeld
zo aan menselijk gezelschap gewend, dat ze de toenaderingspogingen van
een mannetje dat speciaal 'op bezoek' was, volledig negeerde.
De dood in de bamboewouden
Het hoofd-voedsel van de reuzenpanda is bamboe die om de zoveel tijd
gaat bloeien, en dan afsterft. In 1975 stierven zo enorme oppervlaktes
bamboe in de wouden van de provincies Sichuan en Gansu, waardoor minstens
138 panda's door honger stierven. In 1983 dreigde eenzelfde situatie.
Door ingrijpen van wetenschappers bleef het aantal gestorven dieren
beperkt tot 14. Afgezien daarvan dat de bamboebeer in zo'n geval niet
kan uitwijken om voedsel te vinden, wordt het probleem nog verscherpt
door de grote hoeveelheid bamboe die ze nodig hebben. Bamboe is moeilijk
te verteren en heeft slechts een lage voedingswaarde. De ingewanden
van een panda zijn nog steeds beter aangepast aan een dieet van hoogwaardige
voeding zoals vlees en vruchten. Het grootste deel van de opgegeten
bamboe verlaat dan ook onverteerd het darmkanaal. De panda moet wel
12 uur per dag eten om te kunnen overleven.
Aangezien het bezit van een panda in een dierentuin een zeker prestige
geeft, willen de verschillende landen de dieren liever niet opgeven.
Dat betekent dat de panda's die buiten China leven allemaal als paren
of in hun eentje gedoemd zijn te leven. Geen wonder dat de voortplanting
zo weinig succesvol is. Veel panda's in gevangenschap krijgen psychische
problemen die hun de lust tot paren ontneemt, zelfs als ze er de gelegenheid
toe krijgen. Een pandavrouwtje uit de Londense Zoo was bijvoorbeeld
zo aan menselijk gezelschap gewend, dat ze de toenaderingspogingen van
een mannetje dat speciaal 'op bezoek' was, volledig negeerde.
Maatregelen om de soort te beschermen
China is trots op de reuzenpanda. Er zijn verschillende onderzoekscentra
opgericht die het dier in het wild observeren, om precies te weten te
komen hoe de panda leeft, wat hij graag eet en hoe zijn leefomstandigheden
en de voortplanting verbeterd kunnen worden. Het onderzoek is echter
niet eenvoudig, want de panda leeft in onbewoonde en moeilijke toegankelijke
streken met steile bergen en diepe, dicht begroeide bergkloven. Bovendien
laat dit schuwe dier zich niet zomaar observeren.
De onderzoeks-teams hebben desondanks een aantal technie-ken ontwikkeld
om deze proble-men op te los-sen. Eén ervan is het verzamelen
en analyseren van de uitwerpselen.
Nog vernuftiger is de methode van radiotelemetrie, die voor onderzoek
van de panda gebruikt wordt. Hiervoor moet allereerst een panda gevangen
worden, die vervolgens weer vrijgelaten wordt met een halsband waar
een zendertje in zit. Deze zender geeft belangrijke informatie door
over de verblijfplaats van het dier en over zijn polsslag.
De onderzoekers hebben twee hoofddoelstellingen: allereerst willen ze
een nieuwe fatale hongersnood door gebrek aan bamboe zoals in 1975 vermijden
en daarnaast proberen ze het voortplantingssucces te verhogen. Direct
al in het begin van hun pogingen kregen de onderzoekers met tegenslag
te maken toen in 1983 veel bamboe in bloei raakte en vervolgens afstierf.
Speciaal opgerichte 'panda-patrouilles' legden voederplaatsen aan, vingen
sterk vermagerde panda's om ze eerst te behandelen en te laten opknappen.
Zo bleef het aantal slachtoffers deze keer tot 14 dode dieren beperkt.
Nog positiever zijn de plannen om verschillende bamboesoorten in het
leefgebied van de panda's aan te planten, zodat de dieren te allen tijde
voldoende voedsel hebben. Een ander idee is om tussen de verschillende
reservaten een soort 'bamboegangen' te maken. De dieren zouden dan in
de periodes van schaarste naar een andere voedselplek kunnen trekken.
Bovendien kunnen de aparte populaties zich zo beter vermengen.
Een succesvolle voortplanting en zwangerschap blijkt bij in gevangenschap
levende panda's niet erg gemakkelijk te bereiken te zijn op de natuurlijke
manier. Soms had men wel succes met de methode van kunstmatige inseminatie.
Het enige probleem hierbij is dan wel dat een vrouwtjespanda maar één
dag per jaar vruchtbaar schijnt te zijn en die kans wordt natuurlijk
makkelijk gemist.